Verteld door John.
…Vandaag ontslag…
Nog één nacht. Daarna mag ik naar huis. Ik heb de zaalarts er nog naar gevraagd, maar het klopt. In de computer staat het toch echt bij de dag van morgen: VDO. Vandaag Ontslag. Heerlijk, terug naar mijn eigen bed en spulletjes, Minoes onze poes en vooral terug in mijn privé situatie, waarin ik zo vaak zin heb in vrijen met mijn lieve vrouw! Ik kan wel juichen. Ook bij de gedachte dat er dan weer rust in mijn hoofd komt. Ik lig hier, als gevolg van hartfalen, ter observatie en onderzoeken, maar de stress loopt op als ik de hele dag geluid om me heen hoor. Van heen en weer rennende verpleegsters, piepende monitoren, kletsende medepatiënten tot geluiden uit tablets, mobieltjes en televisies. Er wordt weinig gehandhaafd op het gebied van het dragen van koptelefoons of oortjes. En dan de bezoekregeling voor familieleden, uren kletsen door de één, dan door de ander…
Gelukkig is daar Marlies. “Het klopt hoor, het is eigenlijk uit de tijd dat er nog vier patiënten tegelijk op één zaal liggen, maar daar is op dit moment weinig aan te doen”, heeft zij gezegd. En ook: “je zou in een ziekenhuis moeten kunnen herstellen door uit te rusten, ik kan me voorstellen dat dit nu niet goed lukt”. Met dankbaarheid kijk ik in haar donkerbruine ogen. Ze glimlacht mij toe. Wat staat haar het verpleegstersuniform goed: witte jas en dito broek, de borstzak vol met scharen en ander medisch spul, naambordje met het logo van het ziekenhuis en haar naam erop. Steeds als ze bij mijn bed wegloopt, blijven mijn gedachten bij haar hangen. Wat is zij mooi en lief!
Zoals die keer dat ik een hartkatheterisatie kreeg. Dan wil ik stoer zijn en het onderzoek zonder roesje doorstaan. “Meneer geeft geen kik”, hoor ik de behandelaar tijdens de ingreep nog zeggen. Maar terug op zaal merk ik pas wat het met mij heeft gedaan. Zomaar ineens rollen de tranen uit mijn ogen, emoties zijn in deze situatie moeilijk tegen te houden. Gelukkig net op het moment dat Marlies op zaal is. Ze slaat een arm om mijn schouder en laat mij rustig uitsnikken. Na een poos begint ze pas vragen te stellen. “Wat vond je zo erg? Deed het pijn? Duurde het te lang voor je? Had je liever toch een roesje gehad?” We komen samen tot de conclusie dat het onderzoek eigenlijk best mee is gevallen, maar dat stoerdoenerij in een ziekenhuis niet hoeft. Toegeven dat je bang bent is iets waar het ziekenhuispersoneel veel aan heeft. De hulpbereidheid kent geen grenzen.
…Ik heb zo mijn eigen manieren van bedanken…
De avond is om, de nacht is aangetreden. Ik lig alle gebeurtenissen van de afgelopen week te doordenken. Liggend op mijn rug hoor ik de ademhaling van de andere patiënten. We hebben allemaal de gordijnen om ons bed gesloten. Het geeft enige privacy en rust. Door alle muizenissen in mijn hoofd kan ik de slaap niet vatten. Sterker nog: de oververmoeidheid is zo groot dat ik totaal geen slaap heb. Wat zal ik zo midden in de nacht nog doen? Morgen naar huis lijkt nog zo ver weg! Ik tuur naar het plafond als ik voetstappen hoor. Even later wordt er wat gemorreld aan het gordijn om mijn bed. En daar verschijnt in het halfdonker het gezicht van Marlies. “Ik maak alvast een rondje, zodat ik bij iedereen het bekertje met medicijnen al klaar heb staan voor morgenochtend”, fluistert ze.
Als ze dat op het nachtkastje heeft neergezet wil ze weer weggaan. Maar ik fluister terug: “lieverd, ik wil je bedanken voor alles dat je voor mij hebt gedaan. Vooral die troost en het gesprekje van gisteren, daar ben ik je ontzettend dankbaar voor”, zeg ik zacht. Ook al is het schemerig, ik kan toch de lach op haar gezicht ontdekken. “Kom eens wat dichter bij mijn bed staan”, wenk ik haar. Ondertussen druk ik op de afstandsbediening van mijn bed, zodat dat die wat verder omhoogkomt. “Ik heb zo mijn eigen manieren van bedanken”, lach ik, “volgens mij ben jij daar best voor te porren”. Nu Marlies zo dicht bij mij staat kan ik mijn hand uitstrekken naar haar. Ik streel over de stof van haar witte broek. “Hoe vind je dit?”, fluister ik tegen beter weten in. Dat zij ook moet lachen zegt mij genoeg.
Zachtjes trek ik aan de knoop en rits en steek mijn hand door de gulp. “Maar John, dit mag ik niet”, sputtert Marlies grinnikend tegen. Tevergeefs, ik trek haar nog iets verder naar mij toe, als ik mijn hand over haar huid laat wrijven. Onder de dekens groeit er iets. Ik kan mij altijd zo blijmoedig verwonderen over de groeikracht van m’n penis. Echter; Marlies zal verder moeten met haar medicijnenronde, waardoor ik geen zeeën van tijd heb en voortvarend te werk zal moeten gaan. Bevrijd springt mijn piemel haar tegemoet als ik de dekens opsla. Marlies buigt zich en meteen sluit ze haar lippen om mijn erectie heen. Wat heb ik mij hier al een poos op verheugd. Terwijl ze over de eikel likt, grijpt ze de schacht met haar duim en vingers vast en pompt in een traag tempo op en neer. Natuurlijk wil ik eigenlijk luid zuchten en kreunen, maar ik hou me in. Niemand mag dit merken!
…Oef, wat is dit spannend…
Terwijl Marlies mij pijpt, breng ik wederom mijn vrije hand naar haar broek. Daar aangekomen steek ik mijn vingers vooruit, door de gulp, zodat ik over de stof van haar slipje kan voelen. Ik schuif mijn hand onder het elastiek van het kleine broekje door en streel het bosje haar op haar venusheuvel. Ondertussen flitst haar tong over mijn eikel, langs de randen en toompje. Ze moet niet te veel slurpgeluiden maken. Stel je voor dat iemand in de andere bedden ons hoort! Het lijkt een benauwende stilte, maar zo ervaar ik het niet. Oef, wat is dit spannend. Niemand die mag vermoeden wat wij doen. Ik begrijp dat en Marlies blijkbaar ook. Maar dat wil niet zeggen dat we niet genieten. Mijn warme, kloppende piemel in haar mond, ze stimuleert mij zo dat die straks bijna ontploffen zal van opwinding.
Als ze in het halfduister de bewegingen van mijn lichaam ziet, kan ze niet anders dan concluderen dat ik haar mond vol met sperma spuiten zal. Ze rukt nog eens flink met haar vingers aan de schacht, kietelt mijn ballen en zuigt dat het een aard heeft. En dan gebeurt het. Vrijwel zonder geluid laat ik een golf van ontlading over me heen komen. Ik stoot mijn mannelijkheid diep in haar mond en laat mijn zaad rijkelijk op haar tong landen. Golf na golf van een zinderende warmte landt in haar mond. Ze verslikt zich bijna, maar gelukkig staat er een bekertje water op het nachtkastje. Ze neemt een grote slok van het koele water. “Dank je wel lieve Marlies, het was geweldig”, fluistert ik in haar oor. “Nu lekker slapen hoor!”, antwoordt ze. Nog een klein onhoorbaar kusje en Marlies is alweer tussen de gordijnen door verdwenen. Als ik weer alleen ben, ruik ik aan mijn vingers de onmiskenbare geur van mijn vrouw. Zo heerlijk…
De volgende ochtend pak ik, na het ontbijten, snel mijn tas in. Ik moet nog even wachten tot de ziekenhuisapotheek langskomt met een witte zak medicijnen. Maar dan is het eindelijk zover. Als ik de zaal uitloop zie ik Marlies in de gang staan. “Dag schat”, zeg ik, “tot straks als je dienst erop zit. Ik zal Minoes brokjes gegeven, maar die kat zal wel blij zijn als ze straks van jou een zakje vlees krijgt”. Ik geef mijn vrouw een kus, loop door de gangen en verheug me op vanavond, als we weer samen zijn.
©afexa