Bij Afexa kunnen we je op allerlei vlakken helpen, aangaande seksualiteit en relaties. We komen tot situaties waar onze cliënten zich na de behandeling gelukkig bij voelen. Dat doet seksuoloog, hematologie- en oncologieverpleegkundige Lobke Borger ook, maar dan op medisch gebied, met name als het gaat om iemand die in een relatie kanker krijgt. Wat blijft er dan nog over van het seksleven en hoe kun je daar weer gevoel voor krijgen? We hebben haar bereid gevonden om daar een korte uitleg over te geven, die je hieronder lezen kunt.
Zijn wij nog wij?
Je bent geliefden en partners en dan krijgt één van jullie de diagnose kanker. Vanaf dat moment verandert er veel, voor degene die ziek is en voor degene die ernaast staat. Waar jullie eerst vooral partners waren, komen er andere rollen bij. De één wordt ook patiënt, de ander misschien mantelzorger, regelaar of degene die probeert alles draaiende te houden.
Afspraken, onderzoeken, behandelingen en uitslagen krijgen een plek in jullie leven. De één moet zich verhouden tot een lichaam dat ziek is en misschien verandert door de behandeling. De ander staat ernaast, gaat mee naar afspraken, zorgt en probeert er te zijn. Allebei krijgen jullie iets anders te dragen.
En ergens tussen alles wat kanker van jullie vraagt, kan ook veranderen hoe jullie samen zijn. Hoe je naar elkaar kijkt, elkaar aanraakt en hoe dichtbij je je voelt. Ook intimiteit en seksualiteit, iets wat daarvoor misschien heel vanzelfsprekend was, kunnen ineens minder vanzelfsprekend worden.
Een aanraking is niet meer zomaar een aanraking. Een lichaam dat eerder vertrouwd of opwindend voelde, verandert door een operatie, littekens, pijn, vermoeidheid of hormonale veranderingen. Verlangen kan minder worden of helemaal verdwijnen. Seks kan pijn doen, een erectie lukt niet meer zoals vroeger of je herkent je eigen lichaam nauwelijks terug.
Maar seksualiteit gaat over veel meer dan wat een lichaam wel of niet meer kan. Het gaat ook over durven aanraken, je aantrekkelijk voelen, verlangen naar de ander en jezelf toestaan om te verlangen. Over zoenen, huid tegen huid en samen lachen in bed. Over het gevoel dat je niet alleen patiënt of mantelzorger bent, maar ook nog steeds geliefde.
En dan is er een situatie waar we misschien minder vaak bij stilstaan, wat gebeurt er met jullie als partners wanneer niet één van jullie, maar jullie kind kanker krijgt?
Vanaf het moment dat je hoort dat je kind kanker heeft, wordt de wereld kleiner. Er moet worden gezorgd, meegegaan naar het ziekenhuis, gewacht op uitslagen en medicatie geregeld. Misschien zijn er weken of maanden van opnames en ondertussen moet thuis ook alles doorgaan.
Je wordt een team, een vaak een verdomd goed team. De één slaapt in het ziekenhuis, de ander thuis. Je wisselt elkaar af, regelt, rijdt, belt, troost en probeert vooral jullie kind hier doorheen te krijgen.
Maar wanneer ben je nog geliefden? Misschien liggen jullie na weken eindelijk weer samen in bed en zijn jullie allebei vooral doodmoe. Misschien gaat het gesprek over de bloedwaarden van morgen of over wie er meegaat naar het ziekenhuis. Misschien pak je elkaars hand vast of misschien zelfs dat niet. Niet omdat de liefde weg is, maar omdat er nauwelijks ruimte is geweest voor iets anders dan zorgen en overleven.
Seksualiteit verdwijnt dan vaak niet van de ene op de andere dag. Soms is er daarvoor al iets anders verdwenen. Tijd voor elkaar, een kus die nergens naartoe hoeft, een aanraking zonder zorg en nieuwsgierigheid naar hoe het echt met de ander gaat. Het gevoel dat je behalve ouders, patiënt of mantelzorger ook nog geliefden bent.
En wanneer de behandeling voorbij is, komt dat niet automatisch terug. De controles worden minder en de buitenwereld denkt misschien dat het gewone leven weer kan beginnen.
Maar wat is gewoon na kanker? Jullie zijn veranderd. Misschien is er angst gebleven, verdriet of vermoeidheid. Misschien zijn jullie zo gewend geraakt aan zorgen en doorgaan dat je niet meer goed weet hoe je weer dichtbij elkaar komt.
Dat betekent niet dat er iets mis is met jullie relatie. En het betekent ook niet dat intimiteit of seksualiteit verloren is. Soms moet je elkaar opnieuw leren vinden.
Niet door zo snel mogelijk weer seks te hebben zoals vroeger, juist niet. Maar door opnieuw nieuwsgierig te worden. Naar wat prettig voelt en wat niet meer. Naar verlangen, of het ontbreken daarvan en naar aanraking zonder verwachting en vooral naar elkaar.
Want na kanker hoeft het doel niet te zijn om terug te krijgen wat er voor kanker was. Misschien gaat het erom samen te ontdekken wat er nu mogelijk is. Dat hoeft niet hetzelfde te zijn als vroeger. En het hoeft zeker niet meteen perfect.
We vragen in de oncologie veel hoe het met de pijn gaat, hoe is de vermoeidheid? Hoe gaat het eten? En hoe gaat het thuis?
Misschien mogen we nog iets vaker vragen: En lukt het jullie, tussen alles wat kanker van jullie vraagt, ook nog om geliefden te zijn?
Website: lobkeborger.nl